
Woordvoerder Bani Dugal van BIC sprak haar verbijstering uit in een reactie op het nieuws. ‘’Als de berichten juist zijn dan is er sprake van een diep schokkende afloop van een zaak tegen onschuldige en ongevaarlijke mensen”, aldus mevr. Dugal. “Wij hebben begrepen dat de zeven bahá’ís van de veroordeling op de hoogte zijn gesteld en dat hun advocaten bezig zijn om beroep aan te tekenen tegen het vonnis”.
De zeven bahá’ís zijn Behrouz Tavakkoli, Saeid Rezaie, Fariba Kamalabadi, Vahid Tizfahm, Jamaloddin Khanjani, Afif Naeimi en Mahvash Sabet. Hun proces begon in januari van dit jaar, na 20 maanden voorarrest. Tot die dag hadden de beklaagden hun advocaat slechts één uur mogen spreken. Op 14 juni, na 6 korte zittingen, werd het proces beëindigd. De beschuldigingen tegen hen waren onder meer spionage, propaganda tegen de Islamitische orde en het opzetten van een illegale organisatie. Alle beschuldigingen zijn door de bahá’ís tijdens de diverse procesdagen categorisch ontkend. De zeven waren leden van een groep die op nationaal niveau de belangen behartigde van de bahá’ís in Iran – een gemeenschap met naar schatting 300.000 leden. De bahá’ís vormen de grootste religieuze minderheid in Iran.
De internationale bahá’í-gemeenschap heeft de afgelopen maanden en jaren duidelijk stelling genomen tegen de behandeling van de zeven bahá’í-leiders in Iran. Wereldwijd hebben tal van regeringen, parlementen en mensenrechtenorganisaties hun afschuw over de gevangenhouding van de bahá’ís in Iran uitgesproken. Die afschuw is nog versterkt toen dit jaar bekend werd dat de zeven onder onmenselijke omstandigheden vast worden gehouden.
Den Haag, 10 augustus 2010
Klik hier voor meer informatie