VS vrezen Iraanse inmenging in Libanon en bedreiging van Libanese soevereiniteit

hezbollahNaar aanleiding van het Iraanse aanbod om het defensiebudget van Libanon aan te vullen heeft de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken Philip Crowley gezegd dat “Iraanse activiteiten de Libanese soevereiniteit bedreigen.” Het Iraanse aanbod volgde op de beslissing van Amerikaanse congresleden om de militaire steun aan Libanon te staken na een schermutseling vorige week aan de grens tussen Libanon en Israël waarbij een Israëlische legerofficier, twee Libanese soldaten en een journalist om waren gekomen.

Iran heeft aangeboden het gat te dichten dat zou ontstaan door de beëindiging van de Amerikaanse steun. De heer Crowley zei dat juist die Iraanse inmenging bewees dat het noodzakelijk was voor de Verenigde Staten om Libanon te blijven steunen.

Afgelopen zondag was de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Manouchehr Mottaki in Beiroet, waar hij zijn solidariteit met Libanon. Hij legde de schuld van de gewelddadige confrontatie van vorige week bij UNIFIL, de militaire missie van de VN in Libanon, dat volgens hem Libanon zou moeten beschermen tegen ‘zionistische agressie’. De UNIFIL vertegenwoordiging heeft inmiddels bekend gemaakt dat de gewelddadigheden te wijten waren aan een inschattingsfout van Libanese kant. Het Libanese leger opende het vuur op Israëlische soldaten die aan de Israëlische kant van de grens een boom aan het kappen waren. Het Israëlische leger beantwoordde dit vuren met mortieren. Dit was het meest gewelddadige incident aan de Israëlisch-Libanese grens sinds de Tweede Libanonoorlog van 2006.

Iran geeft militaire en financiële steun aan de Libanese terreurorganisatie Hezbollah. De politieke tak van deze terreurgroep maakt onderdeel uit van de Libanese regering. De Verenigde Staten hebben de afgelopen jaren juist geprobeerd het Libanese leger te financieren om als tegenwicht te dienen tegen Hezbollah. Zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie hebben Hezbollah op hun terreurlijst staan.

 

Bron: Ha’Aretz